Citaat | Hoge Raad 29 maart 2002

Alinea 55 Hoge Raad 29 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8175.

4.1.4 Dit onderdeel is gegrond. Het Hof is niet ingegaan op de primaire stelling van [eiseres] dat mr. [B] reeds kort na de aanvang van zijn werkzaamheden conservatoir beslag had moeten leggen op de landerijen, eigendom van de erven [A], teneinde te voorkomen dat de erven deze zouden overdragen en daarbij eigenmachtig een deel van het aan [eiseres] toekomende melkquotum zouden vervreemden. Ook de meer subsidiaire stelling dat mr. [B] in ieder geval in oktober 1992 beslag had moeten leggen toen [eiseres] daar opnieuw op aandrong, heeft het Hof niet behandeld. Hetgeen hiervóór in 3.4.2 als oordeel van het Hof is weergegeven, houdt geen verwerping in van deze stellingen. Indien het Hof van oordeel was dat de eisen van een goede procesorde eraan in de weg stonden dat [eiseres] zich - ter ondersteuning van haar stelling dat mr. [B] na 21 september 1992 had moeten begrijpen dat beslaglegging toch nog zin had - eerst bij pleidooi in hoger beroep beriep op niet eerder naar voren gebrachte feiten, dan had het Hof van dat oordeel blijk moeten geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10, en de alinea staat in dat document op bytes 23420 tot 24492.