Citaat | Hoge Raad 29 maart 2002

Alinea 60 Hoge Raad 29 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8175.

4.5.2 Onderdeel 5.1.2, dat eveneens ervan uitgaat dat indien de pachtovereenkomst tijdig zou zijn beëindigd [eiseres] in ieder geval zou hebben kunnen beschikken over het quotum, faalt omdat het oordeel van het Hof dat ook bij een eerdere ontbinding van de pachtovereenkomst dan per 1 november 1992, de erven [A] hun eigen grond hadden kunnen verkopen met de daaraan door de BSH verbonden consequenties voor het mede aan [eiseres] toekomende melkquotum, niet onbegrijpelijk is, noch ontoereikend is gemotiveerd. Voorzover het onderdeel doelt op de mogelijkheid dat de erven van de eigenmachtige verkoop zouden kunnen zijn weerhouden door het instellen van een nevenvordering tot medewerking aan de registratie van de overgang bij het einde van de pacht, ziet het eraan voorbij dat een dergelijke nevenvordering uitsluitend strekt tot het bewerkstelligen van de registratie van een reeds uit het stelsel van de BSH voortvloeiende overgang van quotum, en derhalve op zichzelf niet geschikt is als middel tot behoud van quotum. Het Hof behoefde zich van het hier besproken oordeel niet te laten weerhouden door de omstandigheid dat de tweede en laatste overdracht van grond en quotum door de erven pas op 23 oktober 1992 is voltooid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2359892ab1f5144d2b7bb2ed014e875c5ce3e84c6e154b4500aa2d7a5cb0f10, en de alinea staat in dat document op bytes 27417 tot 28662.