Citaat | Hoge Raad 5 april 2002
Alinea 53 Hoge Raad 5 april 2002
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8183.
3.3 Het Hof heeft bij zijn beoordeling van het hoger beroep van Merck in rov. 4.2 van zijn arrest vooropgesteld dat tussen partijen onder meer in geschil is of de veroordeling van Euromedica bij vonnis van 9 juli 1999 slechts betrekking heeft op de destijds door Euromedica gebruikte verpakking die aanleiding was tot het kort geding van Merck, en dus niet op de huidige verpakking, zoals gesteld door Euromedica, dan wel op elke merkinbreuk, zoals naar de vaststelling van het Hof is verdedigd door Merck. Daaromtrent heeft het Hof overwogen dat het, evenals de President, ervan uitgaat dat in het vonnis van 9 juli 1999 een algemeen verbod tot merkinbreuk is gegeven, en dat dus beoordeeld moet worden of de thans door Euromedica gehanteerde verpakking en de bijsluiter al dan niet merkinbreuk opleveren (rov. 4.4). Het Hof heeft vervolgens de vraag of ook thans sprake is van merkinbreuk waartegen Merck zich kan verzetten, bevestigend beantwoord, en is op grond daarvan tot de slotsom gekomen dat sprake is van overtreding van het vonnis van 9 juli 1999, zodat de vordering in conventie van Euromedica Merck te gebieden de executie van dit vonnis te staken moet worden afgewezen (rov. 4.5 - 4.11).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6795a15296825bc66fb69900ab9018c710319ad51ab64514c6e17dc9e5a42621. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6795a15296825bc66fb69900ab9018c710319ad51ab64514c6e17dc9e5a42621, en de alinea staat in dat document op bytes 14408 tot 15622.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6795a15296825bc66fb69900ab9018c710319ad51ab64514c6e17dc9e5a42621 | shasum -a 256