Citaat | Hoge Raad 5 april 2002
Alinea 56 Hoge Raad 5 april 2002
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8183.
3.5.1 Bij de beoordeling van de onderdelen 6.1 - 7.3, die zich richten tegen rov. 4.6 en 4.7 van het bestreden arrest, moet het volgende worden vooropgesteld. De merkhouder kan zich niet verzetten tegen (verdere) verhandeling door derden van door hem of met zijn toestemming in het verkeer gebrachte waren, tenzij hij daarvoor gegronde redenen heeft, met name wanneer de toestand van de waren, nadat zij in het verkeer zijn gebracht, gewijzigd of verslechterd is (vgl. art. 13.A lid 9 BMW); op deze uitzondering kan de merkhouder geen beroep doen, indien de wijziging van de toestand van de waren blijft binnen de grenzen van de 'ompakkingsrechtspraak' van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Aan deze rechtspraak ligt ten grondslag dat de merkhouder zich niet kan verzetten indien de ompakking, die aan bepaalde voorwaarden moet voldoen, noodzakelijk is om de waren in het land van invoer op de markt te kunnen brengen. Vgl. rov. 56 van het arrest HvJEG 11 juli 1996 in de gevoegde zaken C-427/93, C-429/93 en C-436/93 (Bristol-Myers Squibb e.a.), Jur. 1996, p. I-3457, NJ 1997, 129:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6795a15296825bc66fb69900ab9018c710319ad51ab64514c6e17dc9e5a42621. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6795a15296825bc66fb69900ab9018c710319ad51ab64514c6e17dc9e5a42621, en de alinea staat in dat document op bytes 17142 tot 18258.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6795a15296825bc66fb69900ab9018c710319ad51ab64514c6e17dc9e5a42621 | shasum -a 256