Citaat | Hoge Raad 5 april 2002

Alinea 59 Hoge Raad 5 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8183.

De klacht dat het Hof een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd door niet te onderzoeken of de reputatie van het merk ernstig is geschaad, faalt. In zijn arrest van 4 november 1997 in de zaak C-337/95 (Dior/Evora), Jur. 1997, p. I-6013, NJ 2001, 132, heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen weliswaar voor een geval als daar aan de orde was, te weten reclame voor luxueuze en prestigieuze producten, 'ernstige schade' als maatstaf aanvaard, maar in rov. 43 van dat arrest heeft het Hof herinnerd aan zijn rechtspraak met betrekking tot ompakking van merkproducten en onder uitdrukkelijke verwijzing naar rov. 75 van zijn arrest Bristol-Myers Squibb e.a. de regel herhaald dat de merkhouder een gerechtvaardigd belang, behorend tot het specifieke voorwerp van het merkrecht, heeft om zich tegen de verhandeling van deze producten te kunnen verzetten, "indien de presentatie van de omgepakte producten de reputatie van het merk kan schaden".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6795a15296825bc66fb69900ab9018c710319ad51ab64514c6e17dc9e5a42621. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6795a15296825bc66fb69900ab9018c710319ad51ab64514c6e17dc9e5a42621, en de alinea staat in dat document op bytes 19872 tot 20842.