Citaat | Hoge Raad 5 april 2002
Alinea 62 Hoge Raad 5 april 2002
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8183.
3.6 Onderdeel 8 keert zich tegen het oordeel van het Hof dat ook de vermelding van het beeldmerk (logo) van Euromedica op de verpakking een inbreuk op het merkrecht van Merck oplevert. Het onderdeel berust op het juiste uitgangspunt dat, nu de producten door (de licentiehouder van) Merck in het verkeer zijn gebracht, het merkrecht op grond van art. 13.A lid 9 BMW is uitgeput, en dat van merkinbreuk slechts sprake kan zijn, indien Merck gegronde redenen heeft zich tegen verdere verhandeling te verzetten. Het onderdeel ziet evenwel eraan voorbij dat van gegronde redenen niet slechts sprake is in geval van een wijziging of verslechtering van de toestand van de waren nadat zij in de handel zijn gebracht. Blijkens rov. 39 van het arrest Bristol-Myers Squibb e.a. zijn dit slechts voorbeelden van gegronde redenen. De klacht dat het Hof ten onrechte niet duidelijk heeft gemaakt of en, zo ja waarom, sprake is van een wijziging of verslechtering van de toestand van de betrokken producten, gaat dan ook uit van een onjuiste rechtsopvatting, zodat het onderdeel faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6795a15296825bc66fb69900ab9018c710319ad51ab64514c6e17dc9e5a42621. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6795a15296825bc66fb69900ab9018c710319ad51ab64514c6e17dc9e5a42621, en de alinea staat in dat document op bytes 21449 tot 22533.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6795a15296825bc66fb69900ab9018c710319ad51ab64514c6e17dc9e5a42621 | shasum -a 256