Citaat | Hoge Raad 5 april 2002

Alinea 63 Hoge Raad 5 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8183.

3.7 Voor zover onderdeel 9 uitgaat van de veronderstelling dat het Hof het aanbrengen van het beeldmerk van Euromedica naast de merken van Merck als merkinbreuk heeft aangemerkt op een andere grond dan de in art. 13.A lid 9 neergelegde uitzondering, mist het feitelijke grondslag. Voor het overige is het onderdeel, evenals onderdeel 10, tevergeefs voorgesteld. Hetgeen het Hof in rov. 4.9, derde zin, heeft overwogen komt hierop neer dat Merck gegronde redenen heeft zich tegen de vermelding van het beeldmerk van Euromedica naast de merken van Merck te verzetten, omdat aldus afbreuk wordt gedaan aan de wezenlijke functie van het merk, doordat verwarring omtrent de herkomst van de producten kan ontstaan, hierin bestaande dat het product afkomstig is van fabrikant en parallel-importeur gezamenlijk, althans dat tussen hen een commerciële band bestaat. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie niet verder op juistheid worden onderzocht. Het is niet onbegrijpelijk en evenmin ontoereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6795a15296825bc66fb69900ab9018c710319ad51ab64514c6e17dc9e5a42621. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6795a15296825bc66fb69900ab9018c710319ad51ab64514c6e17dc9e5a42621, en de alinea staat in dat document op bytes 22553 tot 23678.