Citaat | Hoge Raad 29 maart 2002

Alinea 49 Hoge Raad 29 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8184.

14. Ook als het voertuig van [verweerster] c.s. als een equivalente uitvoeringsvorm is aan te merken, zou in een geval als het onderhavige een beschermingsomvang die omvat voertuigen voorzien van een beweegbare bovenste laadvloer en een vaste onderste laadvloer, niet als billijk zijn aan te merken. Wie zoals in casu, gemakkelijk een conclusie had kunnen opstellen die de variant van [verweerster] c.s. zou hebben omvat, en dit nalaat, komt billijkheidshalve geen bescherming toe van deze ten tijde van het redigeren van de conclusie kenbare, voor de hand liggende equivalente uitvoeringsvorm. De equivalentieleer - waarvan het kader wordt gevormd door de afweging van de billijke bescherming voor de octrooihouder en de redelijke mate van rechtszekerheid voor derden - kan geen toepassing vinden als remedie tegen onzorgvuldig redigeren. Het rechtszekerheidsbelang zou anders onvoldoende recht worden gedaan."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/114bb82ac0e8c4c4396862ce39d3cdbb49b1f7e6003a13b6bfab392b1ee05fed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 114bb82ac0e8c4c4396862ce39d3cdbb49b1f7e6003a13b6bfab392b1ee05fed, en de alinea staat in dat document op bytes 15599 tot 16523.