Citaat | Hoge Raad 5 april 2002

Alinea 43 Hoge Raad 5 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8186.

Over de functiewisseling van [verweerder] is niets schriftelijk vastgelegd en er bestaat onduidelijkheid over de bedoelingen van de bank en [verweerder] op dit punt. Voor de beantwoording van de vraag of een arbeidsovereenkomst tussen hen is totstandgekomen, zijn dan niet de aanvankelijk overeengekomen voorwaarden waaronder [verweerder] bij de bank is komen te werken doorslaggevend, maar komt mede betekenis toe aan de wijze waarop partijen in de praktijk aan de arbeidsrelatie uitvoering en inhoud hebben gegeven (rov. 9). Uit de vaststaande feiten volgt dat een gezagsverhouding tussen [verweerder] en de bank is ontstaan: vanaf medio 1990 is [verweerder] ongeveer 5 jaar lang geheel andersoortig werk voor de bank gaan verrichten dan het schoonmaakwerk dat de bank gewoonlijk van [A] inleende en de aard van die werkzaamheden bracht mee dat [A], een schoonmaakbedrijf, daaraan geen leiding kon geven, terwijl de bank dat wel kon en ook daadwerkelijk deed. De bank bepaalde ook - en besprak met [verweerder] - welke werkzaamheden tot zijn takenpakket behoorden, de wijzigingen daarin, de beëindiging van zijn werkzaamheden en het feit dat hij tijdens afwezigheid niet werd vervangen door een werknemer van [A] (rov. 13). De zuivere inleenconstructie heeft met het verstrijken van de tijd aan betekenis ingeboet, naarmate er daadwerkelijk een gezagsverhouding tussen de bank en [verweerder] is ontstaan en die tussen [A] en [verweerder] op de achtergrond is geraakt (rov. 16). Dat sprake is van een door [A] aan de bank gedelegeerde instructiebevoegdheid, staat niet in de weg aan het aannemen van een gezagsverhouding tussen [verweerder] en de bank, nu die delegatie feitelijk inhoudsloos is geworden (rov. 17). Ook het feit dat de salarisbetaling via [A] is blijven lopen, staat niet in de weg aan de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst tussen de bank en [verweerder]. In de constructie waarin tussen [verweerder] en de bank een gezagsverhouding bestond, [verweerder] werd beloond conform de CAO voor het bankbedrijf en de salarisverhoging via een verhoogde declaratie van [A] feitelijk voor rekening van de bank kwam, vervulde [A] immers niet meer dan een administratieve functie (rov. 22). De ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst die aldus is ontstaan, moet op 1 november 1993 worden gesteld, aangezien [verweerder] met ingang van die datum conform de CAO voor het bankbedrijf werd uitbetaald (rov. 24).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaa7fcce3192b70ebdeb1b44b1a54159b3339c9c9e42497122354f97cd777bb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaa7fcce3192b70ebdeb1b44b1a54159b3339c9c9e42497122354f97cd777bb0, en de alinea staat in dat document op bytes 11149 tot 13584.