Citaat | Hoge Raad 22 februari 2002

Alinea 49 Hoge Raad 22 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8188.

"De omstandigheid dat de chauffeur zonder enigerlei door zakelijke belangen ingegeven noodzaak en met geen andere rechtvaardiging dan het dienen van zijn persoonlijk belang de vrachtwagen met de container, die niet voorzien was van een deugdelijke beveiliging tegen diefstal, onbeheerd in zijn woonplaats Stellendam op een niet afgesloten en niet bewaakte parkeerplaats heeft laten overstaan moet als roekeloos worden aangemerkt. Nu ten processe is komen vast te staan dat de chauffeur in ieder geval toen hij het terrein van ECT verliet wist dat hij diefstalgevoelige goederen vervoerde, moet hij tevens hebben geweten althans heeft hij behoren te begrijpen dat onder de door hemzelf gekozen omstandigheden de kans op diefstal zeer aanzienlijk en mitsdien te verwachten was. Dat de chauffeur niet de opdracht had de container zonder oponthoud naar Antwerpen te transporteren doet aan dat oordeel niet af."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1adff7763ab9fb1e9a2ad937fb01d21b817489d49faa984a1e309031f595a34c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1adff7763ab9fb1e9a2ad937fb01d21b817489d49faa984a1e309031f595a34c, en de alinea staat in dat document op bytes 12805 tot 13725.