Citaat | Hoge Raad 25 januari 2002
Alinea 32 Hoge Raad 25 januari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 25 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8475.
3.5. Middel 3 betoogt dat belanghebbende de van hem gevraagde inlichting niet behoefde te verstrekken omdat hij niet mocht worden verplicht mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Het middel wordt tevergeefs voorgesteld. De in geding zijnde inlichting is immers gevraagd met het oog op de vaststelling van de belastingschuld van belang-hebbende. Voorzover belanghebbende in verband met de hem opgelegde verplichting rechten zou kunnen ontlenen aan de artikelen 29 Sv, 14, lid 3, letter g, IVBPR en 6, lid 2, EVRM betreft dit rechten waarop hij zich zou kunnen beroepen ter bescherming van zijn positie in het kader van een (straf)vervolging. In dit geding is een dergelijke vervolging echter niet aan de orde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/148c204f687c1feb499752f34b10b59f1c871ee5ee28dca2736cd8a9ec6f333f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 148c204f687c1feb499752f34b10b59f1c871ee5ee28dca2736cd8a9ec6f333f, en de alinea staat in dat document op bytes 11521 tot 12246.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/148c204f687c1feb499752f34b10b59f1c871ee5ee28dca2736cd8a9ec6f333f | shasum -a 256