Citaat | Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 24 Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8510.

Immers, wel laat artikel 10 van het Verdrag de heffing van dividendbelasting over dividenden die betaald worden door een vennootschap die inwoner van Nederland is aan een inwoner van België - zij het in beperkte mate - toe. Uit niets blijkt echter van een gemeenschappelijke bedoeling van de verdragsluitende Staten om, in omstandigheden als die van het onderhavige geval - waarin een inwoner van België de aandelen van een vennootschap die inwoner van Nederland is, heeft vervreemd aan een andere inwoner van Nederland en de daarbij gerealiseerde vermogenswinst ter heffing is toegewezen aan België - de op de verkochte aandelen uitgekeerde dividenden aan te merken als dividenden die betaald worden aan de in België wonende verkoper van de aandelen. Voorzover de Inspecteur de aan C N.V. uitbetaalde dividenden verlangt te belasten alsof die aan B waren uitgekeerd, laat artikel 10 van het Verdrag zulks derhalve niet toe. Enige andere bepaling die aan Nederland de belastingheffing over de dividenden toewijst, is in het Verdrag evenmin te vinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/beed72a5300427f6c455fdc032870f0ff4aab0c79b00bcf9a4402a5700f9da4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt beed72a5300427f6c455fdc032870f0ff4aab0c79b00bcf9a4402a5700f9da4c, en de alinea staat in dat document op bytes 10296 tot 11364.