Citaat | Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 28 Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8511.

3.5. Middel III keert zich tevens tegen 's Hofs verwerping van belanghebbendes voorwaardelijk in onderdeel 1.6 van de pleitnota voor het Hof gedane bewijsaanbod ter zake van de contractuele verplichtingen tussen C B.V. en belanghebbende en de leveringen tussen voornoemde rechtspersonen. Het Hof heeft daarbij vermeld dat het dit oordeel doet steunen op - naar zijn oordeel - door de Inspecteur aannemelijk gemaakte stellingen waartegen belanghebbende zich in het geding heeft kunnen verweren, en niet op enig bewijsvermoeden waardoor belanghebbende zich achteraf in haar bewijspositie benadeeld kon achten. Deze redengeving is ontoereikend, nu het bewijsaanbod in de pleitnota, waaronder blijkens de conclusie van repliek is te verstaan een aanbod tot getuigenbewijs, juist was gedaan voor het geval het Hof de stellingen van de Inspecteur aannemelijk gemaakt zou achten. Het Hof had dan ook niet aan dit aanbod voorbij mogen gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fba64dba0380b4e04a88ed3424ac307ca2a2c6a4fe226083d2947bc0b0c3f9ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fba64dba0380b4e04a88ed3424ac307ca2a2c6a4fe226083d2947bc0b0c3f9ea, en de alinea staat in dat document op bytes 9937 tot 10882.