Citaat | Hoge Raad 7 juni 2002

Alinea 24 Hoge Raad 7 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8545.

3.4 Wat belanghebbende en de Inspecteur verdeeld houdt is immers een zuivere rechtsvraag, en wel de vraag of - zoals belanghebbende stelt en de Inspecteur betwist - de sedert 1 januari 1996 geldende regel van artikel 2, lid 2, van de Uitvoeringsregeling mogelijk maakt dat in 1996 op de voet van artikel 10, lid 3, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (tekst 1996, hierna: de Wet) juncto artikel 2, lid 2, van de Uitvoeringsregeling, willekeurig wordt afgeschreven ten aanzien van investeringen die gedaan zijn in 1994 en 1995. Deze vraag dient ontkennend te worden beantwoord. Afschrijving op bedrijfsmiddelen geschiedt ingevolge artikel 10a, lid 1, van de Wet naar de regels die zijn gesteld voor het tijdvak waarin, kort gezegd, de investering is gedaan. De sedert 1 januari 1996 voor startende ondernemers geldende mogelijkheid van willekeurige afschrijving bestaat dus niet ten aanzien van investeringen die voordien zijn gedaan. De beslissing van het Hof dat het gelijk aan de zijde van de Inspecteur is, is derhalve juist. De klachten kunnen niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80bfe3ed11f019329ab477c78b43a6945b4b42850083d11a37821a8ce5e6d4db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80bfe3ed11f019329ab477c78b43a6945b4b42850083d11a37821a8ce5e6d4db, en de alinea staat in dat document op bytes 8924 tot 10015.