Citaat | Hoge Raad 29 januari 2002

Alinea 39 Hoge Raad 29 januari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8646.

4.7. Bij de afwijzing van de vordering heeft het Hof de juiste maatstaf aangelegd, te weten of is voldaan aan de in art. 313, tweede lid tweede volzin, Sv gestelde eis dat de in de aanvankelijke tenlastelegging onder 3 opgenomen gedragingen hetzelfde feit in de zin van art. 68 Sr opleveren als de in de vordering tot wijziging van de tenlastelegging opgenomen gedragingen. Daartoe diende het Hof na te gaan of de in de oorspronkelijke tenlastelegging en de wijziging daarvan verweten gedragingen zijn begaan onder omstandigheden waaruit blijkt van een zodanig verband met betrekking tot de gelijktijdigheid van die gedragingen en de wezenlijke samenhang in het handelen en de schuld van de verdachte, dat de gedachte achter de in art. 313, tweede lid, Sv opgenomen beperking die naar art. 68 Sr verwijst, meebrengt dat de gevorderde wijziging toelaatbaar is (vgl. HR 2 november 1999, NJ 2000,174).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4c4e682f460e1de7fa468fbf12e09e7e0006f76c349dcfe22634d1d44b9e993. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4c4e682f460e1de7fa468fbf12e09e7e0006f76c349dcfe22634d1d44b9e993, en de alinea staat in dat document op bytes 13499 tot 14410.