Citaat | Hoge Raad 2 april 2002

Alinea 33 Hoge Raad 2 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 2 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8693.

3.5. Het Hof heeft kennelijk uit de omstandigheid dat de verdachte de tekst van zijn redevoering aan een journalist heeft overhandigd afgeleid dat het opzet van de verdachte erop was gericht dat die tekst ter kennis van het publiek zou komen. Dat dat laatste ook daadwerkelijk is geschied heeft het Hof klaarblijkelijk afgeleid uit de verklaring van de verdachte dat hij blij was met de publiciteit rond zijn redevoering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e234365ee8b19b9c9497b9b4aa7bb1a382287c403c38588192c99c469d773876. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e234365ee8b19b9c9497b9b4aa7bb1a382287c403c38588192c99c469d773876, en de alinea staat in dat document op bytes 12433 tot 12867.