Citaat | Hoge Raad 19 maart 2002
Alinea 32 Hoge Raad 19 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8700.
3.5. Bij de toepassing van art. 269, eerste lid, Sv heeft het Hof de juiste maatstaf aangelegd, naar ook in het middel wordt onderkend. De overweging van het Hof dient aldus te worden verstaan dat de getuige [getuige 1] mogelijk - direct of indirect - bedreigd werd door de verdachte en dat deze getuige om die reden tot op dat moment ter terechtzitting, in de openbaarheid en in aanwezigheid van de verdachte, niet vrijelijk naar waarheid had verklaard, zodat een goede rechtspleging door de openbaarheid ernstig zou worden geschaad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97567c12b49a7026a9da10f3f3f8f5c29cd9e0173e39684b91655882d3da66dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97567c12b49a7026a9da10f3f3f8f5c29cd9e0173e39684b91655882d3da66dc, en de alinea staat in dat document op bytes 9395 tot 9942.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97567c12b49a7026a9da10f3f3f8f5c29cd9e0173e39684b91655882d3da66dc | shasum -a 256