Citaat | Hoge Raad 9 april 2002

Alinea 37 Hoge Raad 9 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 9 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8737.

5.2. Een gedoogbeschikking houdt in dat het orgaan dat de gedoogbeschikking afgeeft gedurende een bepaalde periode onder voorwaarden afziet van het gebruik maken van de bevoegdheid om bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen te hanteren. Deze enkele omstandigheid rechtvaardigt niet het vertrouwen dat het openbaar ministerie zal afzien van de hem ingevolge art. 167, eerste lid, Sv toekomende zelfstandige beslissingsbevoegdheid om tot strafvervolging over te gaan van degene die, hoewel handelend overeenkomstig een hem verleende gedoogbeschikking, een inrichting in werking heeft zonder een vergunning als bedoeld in de Wet milieubeheer. Het oordeel van het Hof, dat inhoudt dat het ook voor de strafrechtelijke hand-having geen verschil maakt of men een gedoogbeschikking dan wel een milieuvergunning heeft, geeft dan ook blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70c024ed23d000d4281e746c2704ba5506cc6f75303be043c73a6686d2ff9300. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70c024ed23d000d4281e746c2704ba5506cc6f75303be043c73a6686d2ff9300, en de alinea staat in dat document op bytes 14544 tot 15422.