Citaat | Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 31 Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8763.

3.5.1. In de Memorie van toelichting bij het door de Staatssecretaris van Justitie en de Minister van Financiën ingediende wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de kansspelen - welk wetsvoorstel heeft geleid tot de Wet van 14 mei 1998 tot wijziging van de Wet op de kansspelen (piramidespelen), Stb. 298, bij welke wet piramidespelen zijn gebracht onder het in artikel 1 van de Wet op de kansspelen vervatte verbod - is opgemerkt dat de aard van het piramidespel zodanig is dat het merendeel van de deelnemers het piramidespel verliesgevend zal beëindigen (Kamerstukken II 1997/98,

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d3fbae75f8580a625219803f8b4f2467dc4a3b73bc5f030299c4ebafedf669b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d3fbae75f8580a625219803f8b4f2467dc4a3b73bc5f030299c4ebafedf669b, en de alinea staat in dat document op bytes 12918 tot 13518.