Citaat | Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 35 Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8763.
3.5.3. Bij deze beschouwingen sluit de Hoge Raad zich aan. De aard van het piramidespel zoals dit hiervoor in 3.1 is omschreven, brengt mee dat redelijkerwijs geen voordeel kan worden verwacht van de door een deelnemer te verrichten werkzaamheden. Weliswaar wordt het resultaat dat een deelnemer aan het piramidespel behaalt, mede bepaald door zijn activiteiten gericht op het werven van nieuwe deelnemers, maar óf een deelnemer anderen voor deelname aan het spel zal weten te interesseren in dier voege dat zij ertoe overgaan een bijeenkomst als hiervoor in 3.1 onder (iii) bedoeld bij te wonen, alsmede óf een door hem geïntroduceerde potentiële deelnemer zich bij zo'n bijeenkomst bereid verklaart om daadwerkelijk aan het spel deel te nemen en zijn inleg voldoet, hangt in zodanige mate af van onvoorspelbare factoren die zich bovendien aan beïnvloeding door de deelnemer onttrekken, dat een eventueel gunstig resultaat speculatief is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d3fbae75f8580a625219803f8b4f2467dc4a3b73bc5f030299c4ebafedf669b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d3fbae75f8580a625219803f8b4f2467dc4a3b73bc5f030299c4ebafedf669b, en de alinea staat in dat document op bytes 15471 tot 16429.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d3fbae75f8580a625219803f8b4f2467dc4a3b73bc5f030299c4ebafedf669b | shasum -a 256