Citaat | Hoge Raad 19 maart 2002

Alinea 21 Hoge Raad 19 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8801.

3.3. In de bewoordingen van art. 416, tweede lid, Sr valt niet te lezen dat hij die uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed opzettelijk voordeel trekt, slechts dan kan worden gestraft indien bedoeld misdrijf door een ander is gepleegd. Maar op grond van de plaatsing van deze bepaling in de titel betreffende de begunstigingsmisdrijven moet worden aangenomen dat zij zich niet uitstrekt tot het geval dat iemand voordeel trekt uit enig goed dat is verkregen uit een misdrijf dat door hemzelf is begaan, waaronder begrepen het medeplegen van dat misdrijf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d7dd71105fee062196044f54f99f0817ac9ac4aaf95d569c1aa7d056fc1ceb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d7dd71105fee062196044f54f99f0817ac9ac4aaf95d569c1aa7d056fc1ceb4, en de alinea staat in dat document op bytes 7424 tot 8007.