Citaat | Hoge Raad 12 maart 2002

Alinea 32 Hoge Raad 12 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8808.

3.6. Aldus heeft het Hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de verdachte in weerwil van het terzake gevoerde verweer in staat moet worden geacht de desbetreffende geldboeten te betalen, in aanmerking genomen hetgeen het Hof op grond van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep omtrent de draagkracht van de verdachte heeft vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fde655270b3d482ddf3f21c5e0458e2d824c4424ec19d5cd3908f104ff0e5b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fde655270b3d482ddf3f21c5e0458e2d824c4424ec19d5cd3908f104ff0e5b4, en de alinea staat in dat document op bytes 10203 tot 10571.