Citaat | Hoge Raad 23 april 2002

Alinea 24 Hoge Raad 23 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8860.

Tegen deze achtergrond bezien moet strikt de hand worden gehouden aan het in art. 279 Sv neergelegde machtigingsvereiste. Een strikte toepassing van art. 279 Sv zal in de regel niet in strijd zijn met de eisen die voortvloeien uit art. 6, eerste lid en derde lid aanhef en onder c, EVRM. Laatstgenoemd verdragsvoorschrift brengt immers mee dat de verdachte het recht heeft om zich bij zijn verdediging te laten bijstaan door een raadsman van zijn keuze of door een toegevoegde advocaat, doch verzet er zich niet tegen dat die keuze onderscheidenlijk zijn instemming met het optreden van de hem toegevoegde advocaat dient te berusten op een daartoe door de verdachte verleende machtiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8f01b198d2b3a58e4ce78c82d2d4ade0e9c00b07ef74b440d5c508b0d92d630. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8f01b198d2b3a58e4ce78c82d2d4ade0e9c00b07ef74b440d5c508b0d92d630, en de alinea staat in dat document op bytes 7946 tot 8647.