Citaat | Hoge Raad 23 april 2002

Alinea 28 Hoge Raad 23 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8860.

(b) ter terechtzitting uitdrukkelijk verklaart dat hij door de aldaar niet verschenen verdachte bepaaldelijk is gemachtigd tot het voeren van de verdediging, alle hem bij de wet toegekende rechten en bevoegdheden kan uitoefenen, dus met inbegrip van de bevoegdheden bedoeld in art. 331, eerste lid, Sv; in deze gevallen geldt de behandeling van de zaak als een procedure op tegenspraak;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8f01b198d2b3a58e4ce78c82d2d4ade0e9c00b07ef74b440d5c508b0d92d630. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8f01b198d2b3a58e4ce78c82d2d4ade0e9c00b07ef74b440d5c508b0d92d630, en de alinea staat in dat document op bytes 8939 tot 9339.