Citaat | Hoge Raad 23 april 2002
Alinea 31 Hoge Raad 23 april 2002
Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8860.
3.3. De raadsman die niet ingevolge art. 279, eerste lid, Sv heeft verklaard door de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd tot het voeren van de verdediging, is op de terechtzitting slechts bevoegd het woord te voeren met inachtneming van de beperkingen zoals hiervoor onder 3.2 sub 2 overwogen. Indien de rechter de raadsman toestaat buiten de bedoelde onderwerpen nog meer aan te voeren, geschiedt dit in strijd met het wettelijk systeem.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8f01b198d2b3a58e4ce78c82d2d4ade0e9c00b07ef74b440d5c508b0d92d630. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8f01b198d2b3a58e4ce78c82d2d4ade0e9c00b07ef74b440d5c508b0d92d630, en de alinea staat in dat document op bytes 10268 tot 10727.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8f01b198d2b3a58e4ce78c82d2d4ade0e9c00b07ef74b440d5c508b0d92d630 | shasum -a 256