Citaat | Hoge Raad 23 april 2002

Alinea 54 Hoge Raad 23 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8860.

De verdachte, op wie het strafrecht voor jeugdigen is toegepast, heeft op 28 augustus 2000 beroep in cassatie ingesteld. De zaak is ter terechtzitting van de Hoge Raad van 6 november 2001 voor de eerste maal behandeld, hetgeen ertoe leidt dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden en dat strafvermindering moet worden toegepast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8f01b198d2b3a58e4ce78c82d2d4ade0e9c00b07ef74b440d5c508b0d92d630. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8f01b198d2b3a58e4ce78c82d2d4ade0e9c00b07ef74b440d5c508b0d92d630, en de alinea staat in dat document op bytes 15960 tot 16475.