Citaat | Hoge Raad 26 februari 2002

Alinea 25 Hoge Raad 26 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8877.

3.5. De hiervoren onder 3.3 weergegeven bewijsoverweging moet aldus worden verstaan dat het Hof daarin als zijn oordeel tot uitdrukking heeft gebracht (a) dat de verdachte, gezien de wijze waarop hij heeft gehandeld, zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat in geval van voltooiing van het voorgenomen misdrijf [betrokkene] als gevolg van dat handelen zwaar lichamelijk letsel in voormelde zin zou hebben opgelopen,(b) dat dit gevolg was te voorzien en ook door de

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8419bef997fc79d5f1d91fae9aa1f4eaab1969999bbb7c3ddbce940cfe370a7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8419bef997fc79d5f1d91fae9aa1f4eaab1969999bbb7c3ddbce940cfe370a7d, en de alinea staat in dat document op bytes 9048 tot 9557.