Citaat | Hoge Raad 16 april 2002

Alinea 31 Hoge Raad 16 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8887.

Nu verdachte bij voormeld vonnis van de politierechter te Arnhem is veroordeeld wegens de verkoop, het vervoer en het aanwezig hebben van drugs kan niet worden gesteld dat het bewijsmateriaal ten aanzien van de uitkeringsfraude gepleegd door het niet opgeven van werkzaamheden in verband met en inkomsten uit de drugshandel uitsluitend is verkregen door voormeld onrechtmatig optreden van de politie. Dit geldt eveneens ten aanzien van de uitkeringsfraude gepleegd door het niet opgeven van de inkomsten verkregen uit kostgangerschap. Weliswaar is deze kostganger bij voormelde onrechtmatige huiszoeking in de woning van verdachte aangetroffen, maar ter terechtzitting van het hof van 21 februari 2000 is gebleken dat deze kostganger ten tijde van het opsporingsonderzoek naar de uitkeringsfraude al ruim tien jaar in het bevolkingsregister stond ingeschreven op het adres [a-straat 1] te [woonplaats], de woning van verdachte."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e98fbda2161fbdaa06ecdb016a67716cf70fe762595af7cdaa99388048d13ba9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e98fbda2161fbdaa06ecdb016a67716cf70fe762595af7cdaa99388048d13ba9, en de alinea staat in dat document op bytes 9364 tot 10305.