Citaat | Hoge Raad 16 april 2002

Alinea 37 Hoge Raad 16 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8887.

4.1. De verdachte heeft op 9 maart 2000 beroep in cassatie ingesteld. De zaak is ter terechtzitting van de Hoge Raad van 20 november 2001 voor de eerste maal behandeld, hetgeen ertoe leidt dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e98fbda2161fbdaa06ecdb016a67716cf70fe762595af7cdaa99388048d13ba9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e98fbda2161fbdaa06ecdb016a67716cf70fe762595af7cdaa99388048d13ba9, en de alinea staat in dat document op bytes 11346 tot 11799.