Citaat | Hoge Raad 12 maart 2002
Alinea 36 Hoge Raad 12 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8899.
"Het is aan de zittingsrechter voorbehouden om de bewijskracht en de redengevendheid van bewijsmiddelen te bepalen. De rechter laat per definitie onbetrouwbaar bewijsmateriaal buiten beschouwing. Het is dan ook aan het hof om te bepalen of door verdachten afgelegde verklaringen consistent en redengevend zijn alsmede of deze verklaringen in vrijheid zijn afgelegd. Indien er aanwijzingen zijn dat de zittingsrechter niet voldoende is geëquipeerd om deze vragen te beantwoorden of indien de betrouwbaarheid van door getuigen danwel verdachten afgelegde verklaringen met klem van argumenten wordt aangevochten, zou er onder omstandigheden voor de zittingsrechter aanleiding kunnen zijn om een deskundige te benoemen die hem ter zake adviseert. Daargelaten of de discipline van de voorgedragen deskundige(n) een valide beoordeling van de door de verdediging opgeworpen vragen toelaat, is het hof van oordeel zelf voldoende te zijn toegerust voor het adequaat beantwoorden van voornoemde vragen naar de betrouwbaarheid en daarmee samenhangende vragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e885124e8a3c89c7492f8c89543f2ed938ec9966a220598ad4fabbf2c8f3b86d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e885124e8a3c89c7492f8c89543f2ed938ec9966a220598ad4fabbf2c8f3b86d, en de alinea staat in dat document op bytes 13136 tot 14198.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e885124e8a3c89c7492f8c89543f2ed938ec9966a220598ad4fabbf2c8f3b86d | shasum -a 256