Citaat | Hoge Raad 12 maart 2002

Alinea 29 Hoge Raad 12 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8903.

“Ik verzoek wederom het onderzoek ter zitting te schorsen om in de gelegenheid te worden gesteld met mijn cliënt de videobanden van de verhoren te bekij-ken omdat ik daar, ondanks verzoeken mijnerzijds, nog steeds niet toe in de gelegenheid ben gesteld. Wij zouden eventueel een dag de mogelijkheid krijgen op het kabinet van de rechter-commissaris met behulp van een recorder aan de slag te kunnen, maar dat is eenvoudigweg te kort. Bovendien werd er genoteerd welke band men bekeek. Ik vind het niet passend dat de voorzitter te weten komt wie welke banden gezien heeft. Ik vind het voorts noodzakelijk dat er van de banden transcripties worden vervaardigd omdat mijn cliënt en ik ervan overtuigd zijn dat er bepaalde dingen niet in de processen-verbaal terecht zijn gekomen die wel degelijk van belang zijn. Een en ander is ook van belang omdat er voor ongeveer 70% Turks is gesproken. Mijn cliënt stelt zich op het standpunt dat hij er recht op heeft de banden te bekij-ken. Ik refereer in dit verband aan de zogenaamde Balkan-moord, waar de verdediging alle gelegenheid had om videobanden te bekijken.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45f3a962542868030e4fd9ed1f70f84874430c25680ae7cf0477902bc6a3e393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45f3a962542868030e4fd9ed1f70f84874430c25680ae7cf0477902bc6a3e393, en de alinea staat in dat document op bytes 10699 tot 11826.