Citaat | Hoge Raad 12 maart 2002

Alinea 39 Hoge Raad 12 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8903.

In aanmerking genomen hetgeen door de raadsman ter motivering van zijn verzoek om tezamen met de verdachte de videobanden te bekijken is aangevoerd – waaruit onder meer blijkt dat geen gebruik is gemaakt van een door de Rechter-Commissaris geboden mogelijkheid om met de verdachte videobanden te bezien - en gelet op ’s Hofs vast-stelling dat de verdediging in de gelegenheid is geweest en nog in de gelegenheid zal zijn de videobanden te bekijken, terwijl de raadsman niet met concrete gegevens heeft ondersteund waarom – naast hetgeen omtrent de ver-horen in ambtsedige processen-verbaal was weergelegd - transcripties van alle videobanden noodzakelijk waren, is het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk en behoefde het geen nadere motivering. Daarbij verdient opmerking dat, naar het Hof is zijn eindarrest heeft overwogen voor de verdediging vanaf het begin van de behandeling in eer-ste aanleg tot en met de laatste dag van de behandeling van de zaak in hoger beroep de gelegenheid heeft bestaan om door tussenkomst van de Rechter-Commissaris van de desbetreffende videobanden kennis te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45f3a962542868030e4fd9ed1f70f84874430c25680ae7cf0477902bc6a3e393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45f3a962542868030e4fd9ed1f70f84874430c25680ae7cf0477902bc6a3e393, en de alinea staat in dat document op bytes 14274 tot 15395.