Citaat | Hoge Raad 7 mei 2002

Alinea 81 Hoge Raad 7 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8914.

5.7. Het middel stelt zich tenslotte op het standpunt dat op dit punt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen dienen te worden gesteld. De Hoge Raad zal dit standpunt niet volgen omdat het hiervoor onder 5.6 overwogene zo evident is, dat redelijkerwijze daarover geen ruimte voor twijfel kan bestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8fd7ec5cbc01e0c33c035c5dffbbd4c8d95070b3c7f68ace714910b50a95e37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8fd7ec5cbc01e0c33c035c5dffbbd4c8d95070b3c7f68ace714910b50a95e37, en de alinea staat in dat document op bytes 21281 tot 21631.