Citaat | Hoge Raad 19 maart 2002

Alinea 25 Hoge Raad 19 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8939.

Blijkens de inhoud van artikel 128 van het wetboek van Strafvordering heeft ontdekking op heterdaad plaats wanneer het strafbaar feit wordt ontdekt, terwijl het begaan wordt of terstond nadat het begaan is. Blijkens de Memorie van Toelichting bij dit artikel is de ratio van dit artikel dat gedurende de "verse toestand" een reconstructie plaatsvindt die de kans op dwaling zo klein mogelijk maakt. Vindt deze reconstructie plaats "in de verse toestand" zonder onredelijke onderbrekingen dan is de reconstructie betrouwbaar en kan worden volstaan met aanhouding op heterdaad. Op grond van de hiervoor gerelateerde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat daaraan in casu is voldaan, nu binnen het tijdsverloop de onmiddellijk nodige maatregelen zijn getroffen om de dader op te sporen en om bewijsmateriaal te verzamelen, zodat de aanhouding van verdachte rechtmatig is. Het vervolgens verkregen bewijs is mitsdien niet als onrechtmatige vrucht van deze aanhouding aan te merken."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64ba99e65b913b22b86bb171099aa8798ed5fe486538943ecda7728f63e1e137. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64ba99e65b913b22b86bb171099aa8798ed5fe486538943ecda7728f63e1e137, en de alinea staat in dat document op bytes 8551 tot 9598.