Citaat | Hoge Raad 25 juni 2002
Alinea 102 Hoge Raad 25 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8950.
4.5. Gelet op het karakter van een procedure als de onderhavige en op hetgeen de wetgever ten aanzien van de positie van de procespartijen en de "bewijslastverdeling" voor ogen heeft gestaan, moet worden geoordeeld dat de rechter die in een ontnemingsprocedure voor de vraag wordt gesteld of door het niet horen van een door de verdediging verzochte getuige de betrokkene redelijkerwijs in zijn verdediging kan worden geschaad mede in zijn oordeel kan betrekken of het desbetreffende verzoek van de verdediging, in het licht van de door het openbaar ministerie aan zijn vordering ten grondslag gelegde financiële gegevens, voldoende is onderbouwd. De aan een dergelijke onderbouwing te stellen eisen zullen daarbij door de rechter afhankelijk mogen worden gesteld van de mate waarin hij het standpunt van het openbaar ministerie, gelet op de door deze gepresenteerde gegevens en berekeningen, voorshands aannemelijk acht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021, en de alinea staat in dat document op bytes 38515 tot 39451.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021 | shasum -a 256