Citaat | Hoge Raad 25 juni 2002

Alinea 107 Hoge Raad 25 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8950.

Op basis van die voorbereiding heeft het Hof ter terechtzitting van 10 april 1998 ten aanzien van de onderscheiden onderwerpen waaromtrent de verdediging getuigen wenste te doen horen een oordeel gegeven. Tegen de achtergrond van 's Hofs hiervoor onder 4.6 bedoelde uitgangspunt moet dat oordeel in zijn afzonderlijke onderdelen telkens aldus worden verstaan dat het Hof daarmee tot uitdrukking heeft gebracht dat de betrokkene door het achterwege blijven van de dagvaarding van de onderscheiden getuigen redelijkerwijs niet in de verdediging kan worden geschaad, aangezien de door de verdediging genoemde punten van verhoor in redelijkheid niet van belang kunnen zijn voor enige in deze ontnemingsprocedure te nemen beslissing dan wel dat redelijkerwijs moet worden uitgesloten dat die getuigen iets over bedoelde punten zouden kunnen verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021, en de alinea staat in dat document op bytes 41388 tot 42248.