Citaat | Hoge Raad 25 juni 2002

Alinea 110 Hoge Raad 25 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8950.

- uitmondend in het harerzijds geproduceerde accountantsrapport en de daarin vervatte conclusie, hiervoor onder 3 sub (xiii) genoemd - en anderzijds daartegen van de zijde van het Openbaar Ministerie is gesteld niet onbegrijpelijk. Daarbij neemt de Hoge Raad mede in aanmerking dat in de ter terechtzitting van 18 mei 1999 door de raadsman overgelegde pleitnota op de in die motiveringsklachten aan de orde gestelde onderwerpen niet wordt teruggekomen, terwijl evenmin blijkt dat door of namens de betrokkene bij die gelegenheid gegevens zijn verschaft ter nadere adstructie van het verzoek tot het doen horen van getuigen dan wel ter ontzenuwing van de daarop door het Hof ter terechtzitting van 10 april 1998 gegeven beslissing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021, en de alinea staat in dat document op bytes 42847 tot 43591.