Citaat | Hoge Raad 25 juni 2002
Alinea 38 Hoge Raad 25 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8950.
In het vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 21 februari 1996, waarvan beroep, heeft de rechtbank overwogen, zakelijk samengevat, dat voldoende aanwijzingen voorhanden zijn waaruit kan worden afgeleid dat veroordeelde zich aan de strafbare feiten opzetheling en oplichting - zowel binnen de bewezenverklaring in de hoofdzaak als daaraan soortgelijk - heeft schuldig gemaakt. Die voldoende aanwijzingen kunnen niet alleen worden geput uit het strafdossier dat in de hoofdzaak is opgemaakt, doch deze vinden ook een nadere fundering in de daarop gevolgde financiële rapportage van 12 december 1994.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021, en de alinea staat in dat document op bytes 12546 tot 13159.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021 | shasum -a 256