Citaat | Hoge Raad 25 juni 2002
Alinea 39 Hoge Raad 25 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8950.
Onder de geschetste omstandigheden ligt het op de weg van de verdediging (die in hoger beroep is gekomen) om aan te geven dat en waarom de oplichting en opzetheling beperkter van omvang moeten zijn geweest dan de rechtbank kennelijk uit het strafdossier en de financiële rapportage heeft afgeleid. In dit stadium van het geding brengt een doorzichtige en verantwoorde procesvoering mee dat de verdediging hetgeen zij daaromtrent wenst aan te tonen concreet en gemotiveerd aangeeft, onder opgave van de wijze waarop zij telkens punt voor punt - door getuigen en/of door deskundigen - bewijs van haar stellingen denkt te kunnen leveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021, en de alinea staat in dat document op bytes 13167 tot 13815.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021 | shasum -a 256