Citaat | Hoge Raad 25 juni 2002

Alinea 43 Hoge Raad 25 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8950.

Het hof merkt daaromtrent voorts ten voorbeeld reeds het volgende op. Bij de opzetheling gaat het om transacties boven de ƒ 25.000 met personen die bij deze transacties hun (werkelijke) naam niet behoefden te noemen. Deze transacties beliepen in de onderzoeksperiode een bedrag van om en nabij ƒ 151.932.049,-. Als winst (of voordeel) is genomen een gewogen gemiddelde van 2,18 procent. Van de verdediging mag worden verwacht dat zij eerst aangeeft waarom daaraan ondeugdelijke danwel onvolledige gegevens en cijfers ten grondslag zijn gelegd. Het belang van het horen van de reeds verzochte getuigen kan aan de hand van deze nadere standpuntbepaling beter worden beoordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021, en de alinea staat in dat document op bytes 15271 tot 15961.