Citaat | Hoge Raad 25 juni 2002
Alinea 51 Hoge Raad 25 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8950.
De onderhavige ontnemingsvordering heeft betrekking op het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de bewezen verklaarde (deelnemingsvorm van) opzetheling en oplichting verkregen, zij het dat - zoals de procureur-generaal terecht heeft opgemerkt - de omvang van het uit die feiten verkregen voordeel ook nader uit het financieel onderzoek naar voren kan komen. De wetgever stelt hier de eis van de aannemelijkheid (artikel 36e lid 3 van het Wetboek van Strafrecht). Het hof heeft in deze zaak eerder overwogen dat voldoende aanwijzingen voorhanden zijn, een woordkeus die aansluit bij het bepaalde in
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021, en de alinea staat in dat document op bytes 18356 tot 18969.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021 | shasum -a 256