Citaat | Hoge Raad 25 juni 2002

Alinea 61 Hoge Raad 25 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8950.

De veroordeling terzake van (deelneming aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van) opzetheling is onherroepelijk geworden. Daarmee staat vast dat veroordeelden hebben geweten dat zij deelnamen aan zodanige criminele organisatie. Over de transacties boven de ƒ 25.000,- hebben veroordeelden zich aldus uitgelaten dat zij grote bedragen plachten te wisselen zonder de cliënten naar hun naam te vragen of zich te laten legitimeren. Ook andere vragen - zoals naar de herkomst van de grote bedragen - werden aan de cliënten niet gesteld. Een aantal cliënten wisselde vaak/regelmatig grote bedragen in vreemde valuta. Een aantal cliënten gebruikte, naar evident en/of bekend was, een valse naam.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021, en de alinea staat in dat document op bytes 23730 tot 24450.