Citaat | Hoge Raad 25 juni 2002

Alinea 90 Hoge Raad 25 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8950.

4.3.1. Bij de beoordeling van de middelen stelt de Hoge Raad het volgende voorop. Ingevolge het bepaalde in art. 511g, tweede lid, (oud) Sv waren (en zijn ingevolge art. 511g, tweede lid, (nieuw) Sv) op de behandeling van een vordering als de onderhavige in hoger beroep de bepalingen van Titel II van het derde Boek van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing. Ingevolge art. 415 Sv zijn - voorzover te dezen van belang - de bepalingen zoals deze gelden voor de behandeling door de rechtbank ter terechtzitting met betrekking tot het recht getuigen en deskundigen te doen dagvaarden of oproepen en ter terechtzitting te doen horen, van overeenkomstige toepassing verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2af0ef7536bcc82ef4b9306d407ad8350255a723204d0a0fa70e1c00acda5021, en de alinea staat in dat document op bytes 33590 tot 34299.