Citaat | Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 50 Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8953.

4.3. Aldus heeft het Hof enerzijds bewezen verklaard dat de verdachte voor de in de tenlastelegging bedoelde verrichtingen meer in rekening heeft gebracht dan haar, kort gezegd, wettelijk was toegestaan - welk onderdeel van de bewezenverklaring berust op het subsidiair tenlastegelegde en ziet op het in het tweede lid van art. 17b (oud) Wtg gegeven verbod - en anderzijds feitelijke gedragingen van de verdachte bewezen verklaard - ingeleid met het woord 'immers' - die zijn toegesneden op het in het eerste lid van art. 17b (oud) Wtg gegeven verbod en ontleend zijn aan het primair tenlastegelegde feit. Daarmede heeft het Hof de grondslag van tenlastelegging, zoals het die heeft opgevat, verlaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a97bbda0ec4dbe9964808fe9bb6b4750d658b8a6a33a0a11c399e48a30266d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a97bbda0ec4dbe9964808fe9bb6b4750d658b8a6a33a0a11c399e48a30266d9, en de alinea staat in dat document op bytes 16031 tot 16745.