Citaat | Hoge Raad 19 maart 2002
Alinea 33 Hoge Raad 19 maart 2002
Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8961.
Gelet op dat laatste en op de omstandigheid dat de verdachten kort na het feit zijn aangehouden met inbeslagneming van de bedragen zoals in de bewijsmiddelen genoemd, is het oordeel van het Hof dat de verdachte niet als rechthebbende op het in het middel genoemde bedrag kan worden aangemerkt, niet onbegrijpelijk, terwijl het in het licht van de enkele door de verdachte in hoger beroep gedane en op generlei wijze gestaafde bewering dat dat bedrag afkomstig was van de verkoop door hem van een ketting "aan een Afrikaan", geen nadere motivering behoefde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/498db42669ce5264286d7f91e46518e962ad4769fef57cf2e24551ee1ba392fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 498db42669ce5264286d7f91e46518e962ad4769fef57cf2e24551ee1ba392fb, en de alinea staat in dat document op bytes 10238 tot 10807.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/498db42669ce5264286d7f91e46518e962ad4769fef57cf2e24551ee1ba392fb | shasum -a 256