Citaat | Hoge Raad 5 april 2002
Alinea 24 Hoge Raad 5 april 2002
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9113.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 22 december 1994 een comparitie van partijen gelast en bij tussenvonnis van 19 oktober 1995 de vrouw in de gelegenheid gesteld stukken in het geding te brengen. Bij tussenvonnis van 4 juli 1996 heeft de Rechtbank een deskundigenonderzoek bevolen en daartoe vragen geformuleerd. Na deskundigenbericht heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 10 september 1998 de verdeling van de gemeenschap aldus vastgesteld dat de pensioenrechten worden verdeeld overeenkomstig het bepaalde in dit vonnis in de rechtsoverwegingen 3 en 5. Voorts heeft de Rechtbank bepaald dat de vrouw ter zake van inkomstenbelasting en premieheffing 1985 aan de man dient te betalen ƒ 451,50, dit laatste bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 juni 1992, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67ccadef287b998d6fd8184da9362d23ce635d83c5ec271e3b99487d6c419a5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67ccadef287b998d6fd8184da9362d23ce635d83c5ec271e3b99487d6c419a5a, en de alinea staat in dat document op bytes 7285 tot 8135.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/67ccadef287b998d6fd8184da9362d23ce635d83c5ec271e3b99487d6c419a5a | shasum -a 256