Citaat | Hoge Raad 5 april 2002

Alinea 35 Hoge Raad 5 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9113.

3.2.1 Onderdeel II keert zich tegen rov. 4.10 van het arrest van het Hof. Daarin heeft het Hof het subsidiair aangevoerde standpunt van de vrouw verworpen. Dit standpunt hield in dat de aan de man toe te delen pensioenrechten zodanig zullen worden gematigd dat in feite de Wet verevening pensioenrechten na scheiding van 28 april 1994 (Stb. 342) analogisch wordt toegepast. Het Hof was van oordeel dat de door de vrouw aangevoerde omstandigheden - het huwelijk van partijen was kinderloos, beiden hadden inkomen en opgebouwd pensioen vóór het huwelijk, hun verdiencapaciteit was niet geschaad, de vrouw deed de huishouding, het pensioen was niet het resultaat van gezamenlijke inspanningen van partijen en de vrouw heeft ruimschoots aan haar verzorgingsplicht op grond van art. 1:81 BW jegens de man voldaan - niet ertoe leiden dat voormelde wet, die van een geheel andere maatstaf uitgaat, analogisch kan worden toegepast. Het Hof achtte "onverkorte toepassing van pensioenverrekening" die tot gevolg heeft dat de vrouw het grootste gedeelte van haar ouderdomspensioen moet uitkeren aan de man, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Matiging zoals door de Rechtbank toegepast, is naar het oordeel van het Hof gelet op alle omstandigheden wel aanvaardbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67ccadef287b998d6fd8184da9362d23ce635d83c5ec271e3b99487d6c419a5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67ccadef287b998d6fd8184da9362d23ce635d83c5ec271e3b99487d6c419a5a, en de alinea staat in dat document op bytes 10198 tot 11497.