Citaat | Hoge Raad 12 april 2002

Alinea 41 Hoge Raad 12 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9117.

3.5 Onderdeel 2 van het middel keert zich tegen het oordeel van het Hof dat onvoldoende is gesteld of gebleken dat [verweerder] enig toezicht zou moeten houden op de zaken van [eiser] en de opslag op het terrein van [verweerder] slechts is gedoogd. Het onderdeel betoogt dat het Hof in dit geval geen betekenis mocht toekennen aan het feit dat [eiser] niet meer op de memorie van antwoord c.q. memorie van grieven in het incidenteel hoger beroep heeft gereageerd. Ook dit onderdeel kan niet tot cassatie leiden. Weliswaar is in beginsel juist dat een stelling in de memorie van antwoord niet als onweersproken mag worden aangemerkt op grond van de enkele omstandigheid dat de wederpartij daarop niet meer heeft gereageerd, doch in het onderhavige geval is daarvan geen sprake. Het Hof heeft zijn oordeel immers allereerst gebaseerd op het ontbreken van een deugdelijke feitelijke grondslag van de vordering van [eiser]. Het oordeel van het Hof houdt in dat [eiser] onvoldoende feiten heeft gesteld waaruit kan volgen dat [verweerder] de verplichting had toezicht te houden op de onderhavige zaken. Daaraan heeft het Hof vervolgens toegevoegd dat [eiser] niet heeft gereageerd op de stelling van [verweerder] dat partijen nimmer bepaalde afspraken hebben gemaakt over de opslag van de zaken. Anders dan het onderdeel betoogt, heeft het Hof daarbij niet het oog gehad op een voor het eerst in hoger beroep aangevoerde stelling van [verweerder], maar heeft het Hof - overeenkomstig hetgeen door [verweerder] bij memorie van antwoord in hoger beroep was betoogd - geoordeeld dat, nu [eiser] niet is ingegaan op de al in eerste aanleg door [verweerder] aangevoerde stelling dat tussen partijen over de opslag geen afspraken zijn gemaakt, in dit geding als vaststaand moet worden aangenomen dat [verweerder] de opslag van de onderhavige zaken op zijn terrein slechts heeft "gedoogd" en dat deze zaken daar voor rekening en risico van [eiser] hebben gelegen. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet ontoereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c75fb406c2d1217a34df02d966c41aaac8c969c3322879ba7d3bc89d300b965. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c75fb406c2d1217a34df02d966c41aaac8c969c3322879ba7d3bc89d300b965, en de alinea staat in dat document op bytes 12909 tot 14976.