Citaat | Hoge Raad 12 april 2002
Alinea 35 Hoge Raad 12 april 2002
Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9124.
(iv) Bij aankomst van de Johanna Hendrika op 4 september 1990 in de haven van Le Havre stond [eiser] aanvankelijk bij de stuurman op de brug. Daarna is hij naar het bakdek (voorzijde) gegaan. Daar bevonden zich [betrokkene A] en de eerste machinist. [Eiser] nam zijn portofoon mee om contact te kunnen onderhouden met de stuurman. [Eiser] heeft de eerste machinist opdracht gegeven op de wal te springen en een bocht van de meertros om een paal te gooien. Deze opdracht is correct uitgevoerd. Vervolgens is de tros uitgelopen en heeft het schip zich van de kade verwijderd. [Eiser] trachtte met zijn portofoon contact te maken met de stuurman op de brug, hetgeen niet gelukte. Toen is het linkerbeen van [eiser] verstrikt geraakt in een lus van de tros. [Eiser] kwam ten val en brak zijn linkerbeen op verschillende plaatsen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93f19eb0f55636ddea673570b6b72710f57cf44e62bfa3f7e4ab999fac02eae2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93f19eb0f55636ddea673570b6b72710f57cf44e62bfa3f7e4ab999fac02eae2, en de alinea staat in dat document op bytes 8079 tot 8917.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/93f19eb0f55636ddea673570b6b72710f57cf44e62bfa3f7e4ab999fac02eae2 | shasum -a 256