Citaat | Hoge Raad 12 april 2002

Alinea 36 Hoge Raad 12 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9124.

3.2 [Eiser] vordert van De Branding smartengeld en vergoeding van een deel van zijn materiële schade. Hij voert daartoe aan dat het ongeval is veroorzaakt door een onrechtmatige daad van [betrokkene A]. Deze zou, nadat de eerste machinist de tros op de wal om een paal had geworpen, eigenmachtig en in strijd met de uitdrukkelijke instructie van [eiser], de tros hebben losgegooid van een bolder op het voordek van het schip. Door deze handeling is de tros gaan uitlopen en is het been van [eiser] in een lus van de tros verstrikt geraakt. [Eiser] acht De Branding aansprakelijk voor de door [betrokkene A] gemaakte fout. De Rechtbank heeft de vordering van [eiser] afgewezen op grond van haar oordeel dat [eiser] zijn stelling dat De Branding aansprakelijk is voor de gevolgen van de onrechtmatige daad van [betrokkene A] onvoldoende heeft gestaafd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93f19eb0f55636ddea673570b6b72710f57cf44e62bfa3f7e4ab999fac02eae2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93f19eb0f55636ddea673570b6b72710f57cf44e62bfa3f7e4ab999fac02eae2, en de alinea staat in dat document op bytes 8955 tot 9819.